Over de bibliotheek van en werken bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Publicaties zoeken

dinsdag 24 mei 2011

Hoera, we hebben een omslag!

Geluk zit 'm in kleine dingen ;-). Een omslag voor ons nieuwe open access e-journal Fascism bijvoorbeeld, en een url waar auteurs straks hun artikel kunnen indienen voor peer review en plaatsing. 

Heel leuk om aan het begin van zo'n nieuw tijdschrift te staan. We zijn nu nog bezig met het maken van een goede logistiek. Als een auteur een artikel indient bij wie komt dat dan binnen, wie schrijft de reviewers aan en wie beoordeelt uiteindelijk of een artikel geplaatst wordt of niet en hoe richt je die 'achterkant' zo logisch mogelijk in? Brill heeft daar gelukkig diverse templates voor maar die ontslaan je niet van zelf nadenken over hoe je workflow gaat lopen - voor zover je dat kunt; we zijn bij het NIOD tenslotte nieuw op dit terrein. Ik ben daarom heel benieuwd naar de uiteindelijke praktijk.

De verwachting is dat het rond 1 juli allemaal live kan. Bijdragen zijn natuurlijk van harte welkom.

woensdag 18 mei 2011

Oorlogsfoto's

Afgelopen maandag was er weer een zgn. lunchlezing op het NIOD. Dit keer vertelde René Kok over de fotocollectie van het NIOD en over de totstandkoming van het Grote 40-45 boek dat René samen met Erik Somers maakte.

Zoals op het affiche hiernaast te zien is, vroeg het toenmalige RIOD meteen al om foto's. Vele foto's van amateurs, fotopersbureaus, het leger en de NSB-fotodienst vonden toen hun weg naar het instituut. Er duikt echter nog steeds nieuw materiaal op. Binnen instituten als het NIOD maar ook bij particuliere zolderopruimingen en bij buitenlandse instellingen (ook over Nederland tijdens WOII). De fotocollectie van het NIOD bestaat nu uit 150.000 foto's.

Tot de herfst van 1944 mocht er gewoon gefotografeerd worden; foto's maken was niet verboden. Je mocht alleen geen razzia's of militaire gebeurtenissen vastleggen... maar dat gebeurde wel - stiekum. Daar zijn bijvoorbeeld de uit-het-raam-genomen-foto's uit voort gekomen. Hierover later meer.

Persfotografie

Persfoto's moesten allemaal langs Bureau Fotopers van de Duitse bezetter. Daar werden de onderschriften geschreven en daar werden de foto's ook voorzien van een kleurcode: een rode slip betekende 'verplicht zo publiceren', een blauwe slip 'gewenst maar niet verplicht om te publiceren'. Was de foto voorzien van een witte slip dan was je vrij er mee te doen. Van de Duitsers stamt ook de verplichting de naam van de fotograaf bij de foto te vermelden. Heel handig voor hedendaags collectiebeheer maar iets dat voor de oorlog niet het geval was en na de oorlog ook meteen weer werd afgeschaft. Pas in de jaren '70 kwam dat weer terug.

Vakfotografie

Van vakfotografen zijn mooie foto's overgeleverd. Families lieten vaak familieportretten maken, in de studio van de fotograaf of soms bij de mensen thuis. Dat laatste levert interessante plaatjes op.

De vakfotografie kreeg een enorme impuls door het maken van miljoenen pasfoto's voor op de persoonsbewijzen. Wrang. Omdat er zoveel gemaakt moesten worden, gebeurde dat ook wel op straat. Zie de foto hierboven van Han Schimmelpenningh.

Amateurfotografie

Amateurfotografie blijkt toch een beetje een Nederlands fenomeen te zijn waar buitenlandse instellingen met enige jaloezie naar kijken. Er zijn vooral veel foto's van de bevrijding; mensen bewaarden hun fotorolletje voor een speciaal moment. Maar er zijn ook foto's van het dagelijks leven, mensen op hongertocht en foto's van een dagje Amsterdamse jodenbuurt.

Mensen maakten ook heimelijk foto's van minder onschuldige dingen, zoals razzia's. Vanuit de fietstas bijvoorbeeld, zoals Charles Breijer deed.  Of vanuit het raam of snel om de hoek zoals op de foto hiernaast door W.J. Wolters van een razzia op het Krugerplein in Amsterdam in 1943. Indringende beelden levert dat op.

Duitse militairen

Fotograferen werd in het Duitse leger gestimuleerd. Dit in tegenstelling tot het Amerikaanse en Britse leger; daar waren fotograferende soldaten uit den boze. Veel Duitse soldaten hadden dus wel een fototoestel. In de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was het voor de Duitse soldaten goed toeven in Nederland, veel vrolijke plaatjes dus. Toen soldaten naar het Oostfront werden gestuurd, kwamen er automatisch veel gruwelijker foto's, foto's die je van de oorlog in West-Europa nauwelijks ziet.

Foto's door Duitse soldaten worden nu ook veel op internet te koop aangeboden. Het NIOD koopt in principe echter geen foto's.

...
De gebruikte afbeeldingen (collectie NIOD) zijn afkomstig uit de Beeldbank WOII.

Mocht u foto's uit de Tweede Wereldoorlog in uw bezit hebben, denkt u dan eens aan het NIOD. Wij nemen uw foto's graag in onze collectie op. De foto's blijven bij het NIOD goed bewaard en zijn voor iedereen beschikbaar.
[Toevoeging 20 mei 2011].

dinsdag 17 mei 2011

Hoe vorm je een geschiedenis-collectie?

Vorige week dinsdag was er, dit keer bij het NIOD, weer een Landelijk Overleg Vakreferenten Geschiedenis. Een overleg met collega's uit universiteitsbibliotheken en andere instellingen met een wetenschappelijke bibliotheek die net als ik boeken aanschaffen voor de geschiedeniscollectie. Maar hoe doe je dat nu precies? Hoe maak je een selectie uit het enorme aanbod? Natuurlijk heeft iedereen daar zijn manieren voor, het is tenslotte (een deel van) onze core-business, maar die manieren bleken op sommige punten best uiteen te lopen. Dat maakte het interessant.

'Klassieke' en 'nieuwe' collectievorming: wie selecteert de aanschaf?

Er zijn vakreferenten die van alles napluizen: uitgeverscatalogi, de NetUit lijst van de KB, boekenbijlages in nationale en internationale kranten, boeken-/recensiesites zoals H-net en H-Soz-u-Kult, choice reviews en alerts. Op basis van dit doorspitwerk, stel je je collectie samen. De term 'klassieke collectievormende vakreferent' viel hierbij.

Aan de andere kant zijn er vakreferenten die veel meer varen op de tips die ze vanuit de faculteit of van instituutsmedewerkers krijgen, soms voor wel 70 tot 80%  van de totale aanschaf, en als er te weinig tips komen, gaan de collega's bij de onderzoekers langs. Zo'n actieve benadering vind je ook terug in de zgn. hints, een lijstje met voorgenomen aanschaf, die de vakreferent naar onderzoekers stuurt om een ja of nee op te geven. Hier komt helaas niet altijd veel respons op.

Collectievorming naar de faculteit

Een duidelijke trend dus bij een aantal universiteiten: de selectie van publicaties verschuift van de bibliotheek, waar wordt bezuinigd op personeel of waar steeds meer andere taken worden belegd (denk aan college's academische vaardigheden), naar de faculteit. De vraag die dit opriep was hoeveel tijd is het wetenschappelijk personeel hieraan kwijt? Is de vakreferent dan uiteindelijk niet goedkoper en zorgt die niet voor een kwalitief betere danwel evenwichtigere collectie?

GOO

Op de opheffing van de Gemeenschappelijke Onderwerps Ontsluiting (GOO) (zie het artikel in IP) werd opvallend berustend gereageerd, vond ik. De trend zou toch al zijn dat we minder doen aan het faciliteren van de klant en meer aan het instrueren in zoektechnieken. Maar hoe zit het dan met wat Eric Sieverts in zijn column 'Paradox van de ontsluiting' in dezelfde IP naar voren brengt over dat het semantische web alleen kan bestaan dankzij de aanwezigheid van ontsluitingssystemen? De parodox is, ik citeer: "Wij hoeven niet meer te ontsluiten, omdat het semantisch web dat overbodig maakt. En dat semantische web kan dat overbodig maken, doordat wij alles zo goed ontsluiten. Voelt u de paradox?"

Allerlei

Wat verder altijd leuk is tijdens zo'n overleg is het vaste rondje 'wel-en-wee'. Wat kwam er zoal langs? De UvA gaat al haar boeken omnummeren naar de Library of Congress classificatie, terwijl de VU de boeken op volgorde van binnenkomst op zaal neerzet. Er wordt bezuinigd (m.u.v. Rotterdam), er wordt verbouwd (het IISG krijgt er 13 strekkende kilometer plankruimte bij), minder bibliotheeklocaties, er worden 'web lectures' gemaakt en er wordt in klankbordgroepen overlegd met studenten en docenten.

Kortom, het was weer een boeiende dag! Dank ook aan collega's R. en H. voor hun rondleiding door het gebouw en de archiefcollectie.

Aanwinsten april

De aanwinstenlijst van april is een echte Tweede Wereldoorlog lijst, de genocidestudies komen er deze maand wat bekaaid vanaf.

Wat vind je er o.a. op? Boeken over de historiografie van de Holocaust, Het grote 40-45 boek van collega’s René Kok en Erik Somers, de biografie van Gerrit Jan van Heuven Goedhart (hoofdredacteur Telegraaf, Utrechts Nieuwsblad en Parool, politicus, verzetsman), een boek over de restitutie van Joods eigendom in Noorwegen, de geschiedenis van het propagandatijdschrift Signaal en als laatste het spannende verhaal van een Nederlandse tabakshandelaar in de Oekraïne in 1944.

Klik hier voor de volledige lijst.