Vorige week dinsdag was er, dit keer bij het NIOD, weer een Landelijk Overleg Vakreferenten Geschiedenis. Een overleg met collega's uit universiteitsbibliotheken en andere instellingen met een wetenschappelijke bibliotheek die net als ik boeken aanschaffen voor de geschiedeniscollectie. Maar hoe doe je dat nu precies? Hoe maak je een selectie uit het enorme aanbod? Natuurlijk heeft iedereen daar zijn manieren voor, het is tenslotte (een deel van) onze core-business, maar die manieren bleken op sommige punten best uiteen te lopen. Dat maakte het interessant.
'Klassieke' en 'nieuwe' collectievorming: wie selecteert de aanschaf?
Er zijn vakreferenten die van alles napluizen: uitgeverscatalogi, de
NetUit lijst van de KB, boekenbijlages in nationale en internationale kranten, boeken-/recensiesites zoals
H-net en
H-Soz-u-Kult, choice reviews en alerts. Op basis van dit doorspitwerk, stel je je collectie samen. De term 'klassieke collectievormende vakreferent' viel hierbij.
Aan de andere kant zijn er vakreferenten die veel meer varen op de tips die ze vanuit de faculteit of van instituutsmedewerkers krijgen, soms voor wel 70 tot 80% van de totale aanschaf, en als er te weinig tips komen, gaan de collega's bij de onderzoekers langs. Zo'n actieve benadering vind je ook terug in de zgn. hints, een lijstje met voorgenomen aanschaf, die de vakreferent naar onderzoekers stuurt om een ja of nee op te geven. Hier komt helaas niet altijd veel respons op.
Collectievorming naar de faculteit
Een duidelijke trend dus bij een aantal universiteiten: de selectie van publicaties verschuift van de bibliotheek, waar wordt bezuinigd op personeel of waar steeds meer andere taken worden belegd (denk aan college's academische vaardigheden), naar de faculteit. De vraag die dit opriep was hoeveel tijd is het wetenschappelijk personeel hieraan kwijt? Is de vakreferent dan uiteindelijk niet goedkoper en zorgt die niet voor een kwalitief betere danwel evenwichtigere collectie?
GOO
Op de opheffing van de Gemeenschappelijke Onderwerps Ontsluiting (GOO) (zie het
artikel in IP) werd opvallend berustend gereageerd, vond ik. De trend zou toch al zijn dat we minder doen aan het faciliteren van de klant en meer aan het instrueren in zoektechnieken. Maar hoe zit het dan met wat Eric Sieverts in zijn column
'Paradox van de ontsluiting' in dezelfde IP naar voren brengt over dat het semantische web alleen kan bestaan dankzij de aanwezigheid van ontsluitingssystemen? De parodox is, ik citeer: "Wij hoeven niet meer te ontsluiten, omdat het semantisch web dat overbodig maakt. En dat semantische web kan dat overbodig maken, doordat wij alles zo goed ontsluiten. Voelt u de paradox?"
Allerlei
Wat verder altijd leuk is tijdens zo'n overleg is het vaste rondje 'wel-en-wee'. Wat kwam er zoal langs? De UvA gaat al haar boeken omnummeren naar de Library of Congress classificatie, terwijl de VU de boeken op volgorde van binnenkomst op zaal neerzet. Er wordt bezuinigd (m.u.v. Rotterdam), er wordt verbouwd (het IISG krijgt er 13 strekkende kilometer plankruimte bij), minder bibliotheeklocaties, er worden 'web lectures' gemaakt en er wordt in klankbordgroepen overlegd met studenten en docenten.
Kortom, het was weer een boeiende dag! Dank ook aan collega's R. en H. voor hun rondleiding door het gebouw en de archiefcollectie.