Alweer twee maanden geleden bezocht ik de zgn. kennisdeelmiddag van de bibliotheekcollega's van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam over de toekomst van de catalogus en het gebruik van discovery tools (DT). Het was een zeer geanimeerde bijeenkomst over een 'echt' bibliotheekonderwerp. Omdat het onderwerp inspireerde voor een zgn. track op het komende jaarcongres van de
NVB c.q. KNVI op 14 november, waag ik me alsnog aan een impressie van deze interessante middag. Een verslag van de bijeenkomst vind je ook op het weblog
UBA-e.
UB Utrecht: bibliotheek zonder catalogus
Geldt de bibliotheekcatalogus nog als vertrekpunt van een zoekactie? De
UB Utrecht is deze vraag voorbij, vertelde spreker Menno Rasch. Studenten beginnen hun zoekactiviteiten allang niet meer in de bibliotheekcatalogus of Omega (de door de UB Utrecht ontwikkelde zoekmachine voor digitale publicaties) maar kiezen voor
Google Scholar of
Scopus. De bibliotheek is bovendien steeds minder de leverancier van metadata; Amazon en Google Books kunnen dat ook.
De Utrechtse collega's kwamen tot de conclusie dat bibliotheken hun rol in de
discovery verliezen en zich moeten richten op de
delivery (het direct kunnen inzien/lezen van een publicatie). Om de daad bij het woord te voegen: in september 2013 wordt de bibliotheekcatalogus als zoekmachine uit de lucht gehaald (voor de delivery blijft de catalogus/bibliotheeksysteem op de achtergrond meedraaien), Omega wordt uitgefaseerd en er wordt niet geïnvesteerd in een DT. Men gaat zich op de delivery richten door bijvoorbeeld de SFX te fine tunen. Bovendien zal het leveren van metadata alleen nog voor de eigen spullen (bijzondere collecties, dissertaties en publicaties in de repository) gebeuren. Revolutionaire maatregelen.
Hoe zoek je dan zonder catalogus?
Het alternatief voor de catalogus of discovery tool ligt besloten in de Utrechtse stelling dat één zoekmachine voor 'alles' een illusie is. Eén zoekmachine is niet goed genoeg voor alle specifieke materiaalsoorten. Vind je boeken in Worldcat, bij Amazon of Google Books; kaarten en oude drukken zitten soms opgesloten in bibliotheeksystemen, en digitale artikelen vind je overal.
De UB Utrecht gaat per discipline of soort vraag een zoekadvies geven die vervolgens prominent op de website geplaatst wordt. De UB probeert zo aan te sluiten bij wat de gebruiker al doet en geeft aan hoe je daar beter in wordt. De UB blijft/wordt zo een betrouwbaar punt bij het zoeken naar informatie.
Maar.....
De 'maars' hebben de Utrechtenaren ook onderzocht:
Maar: willen gebruikers dan geen geïntegreerde zoekmachine?
Antwoord: de eerste en tweede jaars wel maar de rest niet
Maar: met een eigen systeem heb je toch veel meer grip en meer mogelijkheden?
Antwoord: dat geldt alleen voor eigen ontwikkelde systemen. Voor DT's heb je niet zo veel te willen
Maar: men wil toch zoeken binnen de eigen collectie?
Antwoord: dat willen vooral de beginnende studenten
Maar: zo word je toch afhankelijk van commerciële partijen als Google?
Antwoord: er is altijd een zekere afhankelijkheid van leveranciers
Maar: de zichtbaarheid van de bibliotheek wordt zo toch kleiner?
Antwoord: klopt. Accepteren en nieuwe rol pakken
Nieuwe rol universiteitsbibliotheek
De UB Utrecht ervaart de beschreven ontwikkelingen als belangrijke beleidswijziging op zoek naar een nieuw verhaal over de rol van de universiteitsbibliotheek in de wetenschappelijke informatievoorziening. In die nieuwe rol is ruim plaats voor het bieden van studiefaciliteiten, het geven van instructies en begeleiden van wetenschappers bij hun
scholarly communication of output (onderzoeksdata, open access, repositories).
Ik ben heel benieuwd naar hun ervaringen en naar hoe de begeleiding bij het zoeken er op de site uit gaat zien! Op het komende NVB-congres zullen we worden bijgepraat. Zet 14 november alvast in je agenda!
Tegenwicht
Na dit spannende begin van de middag boden Renze Brandsma en Bert Zeeman in hun presentaties tegenwicht en nuances. Renze Brandsma had voor de gelegenheid een duik genomen in de literatuur over de wording en de toekomst van discovery tools. Hij bracht de volgende zaken ter sprake:
- DT's zijn er niet alleen voor discovery maar ook voor delivery;
- studenten hebben weinig kennis van de specifieke databanken en hebben baat bij een DT;
- Google Scholar zou een alternatief kunnen zijn maar de geesteswetenschappen zijn daarin minder goed vertegenwoordigd dan de beta, je hebt geen inzicht in de bronnen en je bent afhankelijk van Google (er zijn geen gebruikersgroepen, je hebt geen invloed, etc.)
- de toekomst ligt in wereldwijde medata indexen in de Linked Open Data cloud, personalisatie (dwz van te voren aangeven vanuit welke discipline je komt. Sluit aan bij Utrechtse plannen), de integratie van publicaties en onderzoeksdata, identifiers, en de Open Discovery Initiative
In defence of the catalogue
Bert Zeeman vroeg zich af of we echt zonder catalogus of discovery tool kunnen. Hij hield ons na de pauze goed bij de les door te kijken naar hoe de hoogst genoteerde universiteiten in de VS (Harvard, Stratford, Berkely, MIT) omgaan met hun bibliotheekcatalogus. Op de websites van deze instellingen was de bibliotheekcatalogus telkens prominent aanwezig.
Nog wel... Want hoewel Bert Zeeman denkt dat we nog niet zonder catalogus/bibliotheeksysteem kunnen (inventaris eigen bezit, voor acquistie, uitleen (zolang het gedrukte boek nog van belang is, en dat is het nog) en zoeken) verwacht hij wel dat dat over tien jaar anders is.
Discussie
Je kunt je misschien wel voorstellen dat de discussie na afloop bijzonder levendig was. Van het verschil tussen een hogeschool bibliotheek en een universiteitsbibliotheek naar of het de taak van de bibliotheek is om studenten meer aan te bieden dan ze kennen (via de DT) of dat in Amsterdam ook de discovery tool de lucht uit kan. Interessant!
Verder lezen: