Over de bibliotheek van en werken bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

vrijdag 25 mei 2012

Het publiek als archivaris

Afgelopen dinsdag was ik (Petra Links) samen met collega T. aanwezig bij een brainstorm van Archief Eemland over het project ‘Publieksarchieven’. Met dit project heeft de archiefinstelling de ambitie het publiek in de rol van archivaris te brengen. Archief Eemland zelf zal meer naar de achtergrond treden als bemiddelaar, gids en adviseur.

Een prachtig idee, waarvoor verschillende maatschappelijke partners Archief Eemland ruim een ton subsidie verleenden. En aan dit jubelverhaal kan nog worden gevoegd (en misschien is dit wel net zo mooi als het voorgaande) dat Archief Eemland niet alléén vorm geeft aan de invulling van dit project: in samenwerking met andere archiefinstellingen willen zij ‘Publieksarchieven’ ontwikkelen tot een generieke tool waarvan ook andere archiefinstellingen kunnen gebruik zullen gaan maken.

Om dit laatste te bewerkstelligen, riep Georges Elissen (projectleider Archief Eemland) archivarissen en andere professionals uit het archiefveld bijeen voor twee brainstorm sessies. Wij waren aanwezig bij de tweede bijeenkomst op 22 mei. Het was een geslaagde en warme middag, en dat laatste niet alleen omdat het kwik tegen de 30 graden aanliep: in de kelders van het Amersfoortse stadhuis ontspon zich een interessant discussie over vragen als: in welke behoeften van zowel het brede publiek als van archiefinstellingen zou het te ontwikkelingen platform moeten voorzien?

Wat betekent het nu eigenlijk?

 

De discussie bracht mij uit mijn ‘comfort zone’ en wekte vragen op waar ik nog geen sluitende antwoorden op heb. Wat betekent dat eigenlijk ‘het publiek in de rol van archivaris’? Raakt een dergelijke verschuiving van rollen niet direct aan de professie van archivaris? Positieve en negatieve ideeën hierover wisselen zich in mijn hoofd in rap tempo af.

Kritisch is bijvoorbeeld de vraag in hoeverre je als archivaris in de rol van bemiddelaar, gids en adviseur nog kan sturen op de authenticiteit en de integriteit van een collectie. Wat zijn de gevolgen als het algemeen publiek zonder tussenkomst van een archivaris alleen de regie heeft over de het proces van waardering en selectie?

Maar uiteindelijk blijft bovenal een positieve gevoel overeind: ‘Publieksarchieven’ biedt een geweldige kans om particulieren (vroeg) bij het archiveringsproces te betrekken en als archiefinstelling (nog) betere voelsprieten te hebben ten aanzien van de waardevolle informatie die er bij particulieren aanwezig is.

Publieksarchieven op de KVAN-dagen

 

Alice van Diepen (directeur Archief Eemland) en Georges Elissen (projectleider Archief Eemland) zullen op maandag 11 juni tijdens de KVAN-dagen een presentatie verzorgen onder de noemer ‘Het project Publieksarchieven – Het publiek als archivaris’. Meer informatie over deze presentatie en de KVAN-dagen 2012 is te vinden op: http://www.kvan.nl/activiteiten.php. 

Door: @PetraLinks (Teamleider Collecties bij en Archivaris van het NIOD)

maandag 14 mei 2012

Herinnering en ethiek

Vandaag was Ed Jonker (hoogleraar Universiteit Utrecht) onze gast bij de zgn. onderzoekerslunch op het NIOD. Deze lunch in normaal gesproken een interne lunch waarin een NIOD-onderzoeker zijn/haar onderzoek tot nu toe presenteert en vragen en hobbels aan de groep kan voorleggen.

Ed Jonker vertelde over herinnering en ethiek en sloot daarmee goed aan bij de afgelopen 4 mei discussie maar ook bij de lunchlezing door Ilse Raaijmakers twee weken geleden. Ilse noemde toen het boek van Michael Rothberg, Multidirectional Memory. Remembering the Holocaust in the Age of Decolonization (aanwezig in de NIOD bibliotheek), waar Ed Jonker vandaag dieper op in ging.

Rothberg's vorm of theorie van herinneren heeft de voorkeur van de spreker. Ed Jonker vertelde ter inleiding over competatieve herinnering, thick and thin memory (Margalit) en alternatieve herinnering. Bij dat laatste kwam Rothberg's theorie ter sprake, naast die van Judith Butler in haar boek Frames of War. When is life grievable? en genocidestudies an sich.

Rothberg houdt een pleidooi voor dialogische geschiedbeoefening. Dat wil zeggen, er is ruimte voor alle herinneringen, niet universeel of abstract, en die zijn met elkaar verbonden, die hebben interactie of dialoog. Zie bijvoorbeeld de herinnering aan de Holocaust en de Algerijnse Oorlog, verbonden in de persoon Maurice Papon. Het zijn geen concurrende herinneringen maar ze versterken elkaar. Rothberg pleit voor het dóórtrekken van Holocaust herinneringen naar bijvoorbeeld Abu Ghraib. Aan historici vraagt dit een zekere methodologische nonchalance.

De discussie na afloop ging over de 4 mei herdenking, de vraag of academische geschiedschrijving wel kan bijdragen aan het herinneringsproces, en over de depolitisering van het herinneringsdebat bij Rothberg. Het was een interessant uur!

maandag 7 mei 2012

De Dutch-Paris Escape Line

Megan Koreman kwam vandaag overgevlogen om tijdens de onderzoekerslunch te vertellen over haar spannende onderzoek naar de Dutch-Paris Escape Line. Ze blogt over haar onderzoek op How to Flee the Gestapo. Searching for the Dutch-Paris Escape Line.

De Escape Line was een rescue network zoals Megan het noemt. Aan elkaar geknoopte zelfstandige ontsnappingsroutes (via Brussel, Parijs, Lyon, Zwitserland en Spanje), als netwerk fully operational in de zomer van 1943. In het voorjaar van 1944 raakte de Dutch-Paris Escape Line door arrestaties ontmanteld.

Het netwerk bracht ongeveer duizend mensen in veiligheid. Het betrof meestal joods families maar ook Engelandvaarders en geallieerde piloten. Betrokken waren (rijke) al eerder uit Nederland gevluchtte Nederlanders die het werk vaak zelf bekostigden naast de bijdragen van de Nederlandse autoriteiten. Zakenman John Weidner was de sleutelfiguur in het netwerk.

Via de Escape Line werden berichten op microfilm uitgewisseld (voor de Nederlandse regering in ballingschap te Londen), geld getransporteerd, valse identiteitspapieren gemaakt. Spannend en gevaarlijk werk. De honderden in Frankrijk rondzwervende vluchtelingen en/of helpers waren het gevaar echter niet altijd zo bewust, zo bleek tijdens Megan's onderzoek.

Een groot deel van de vluchtelingen bleef hangen in Brussel. Je kon in België beter onderduiken dan in Nederland en de tocht naar Zwitserland of Spanje was toch wel heel gevaarlijk.

Volgend jaar april verschijnt Megan Koreman's boek. Uiteraard zullen we het aanschaffen voor de NIOD bibliotheek.

vrijdag 4 mei 2012

Gebruik de gebruikers!

Confronterend, ontnuchterend, verhelderend en vooral leerzaam; niets zo nuttig en praktisch als usability-tests! Vorige week hadden wij 6 ‘echte’ eindgebruikers op bezoek – een student, een docent, een onderzoeker, een collectiespecialist, een familieonderzoeker en een amateurhistoricus. Het was een mooie mix tussen jong en oud, met zowel webliterates als onervaren surfers, en alles daar tussenin. We vroegen hen om ieder anderhalf uur lang te browsen en te klikken door twee websites: een nieuwe versie van de Netwerk Oorlogsbronnen-site en een dummy van de nieuwe NIOD-site, waarmee we hopelijk aan het einde van dit jaar online kunnen gaan.

Hoe werkt een usability-test? Testpersonen worden gerekruteerd onder de doelgroepen die je wilt bereiken. In ons geval vooral onderzoekers en algemeen geïnteresseerden, bij voorkeur niet verbonden aan het NIOD. Vervolgens worden vooraf scenario’s opgesteld met vragen en opdrachten, om specifieke zaken of onderdelen te testen. Omdat we voor de nieuwe niod.nl nu alleen nog maar een voorlopig interactieontwerp (schematische, functionele uitwerking van alle pagina’s) en grafisch ontwerp hebben, maakte ons webbedrijf een aantal doorklikbare testpagina’s. Vorige week dus twee dagen vragen, luisteren en observeren. Christien van het bureau Happy User deed de interviews, wij  maakten aantekeningen.

Wat willen onze gebruikers (niet)?


Doorgaans is de praktijk dat erfgoedinstellingen dit voor hen verzinnen. En dat doe je dan met de beste bedoelingen. Maar niets is zo complex en aan verandering onderhevig als webgedrag. De invloed van Google, Apple en consorten is immens en vertaalt zich ook in nieuwe eisen die gebruikers aan webdiensten stellen. Een website is nooit af, want gebruik en gebruikers veranderen.

Een usability-test is een geweldig middel om op hele concrete wijze erachter te komen hoe je webdiensten ervaren worden door eindgebruikers. Zo ook vorige week: naast een groot aantal kleine praktische tips (knop kan beter links staan, titel is niet duidelijk, rare illustratie), leverde het ook veel andere opmerkingen op.

Geen fuzzy search

Zo weten we nu dat – in tegenstelling tot wat wij altijd dachten – gebruikers helemaal niet zo gelukkig zijn met grote aantallen ‘min of meer relevante’ zoekresultaten. In technische termen; gebruikers willen geen fuzzy search, maar liever een doelgerichte zoekfunctie met een intelligente relevancy-ranking.

Geen afleiding bij het zoeken

Het overzicht van de projecten en collecties op de site van Netwerk Oorlogsbronnen verwarde, doordat het te prominent aanwezig is en nu gebruikers afleidt van de kernactiviteit van de site: het zoeken.

Geen jargon

Gebruikers begrepen niet wat het verschil was tussen archieven en collecties – een mooi voorbeeld van een “dode hoek” van ons, een tot dusver onopgemerkte beroepsdeformatie.

Voor zowel Netwerk Oorlogsbronnen als de nieuwe NIOD-website valt er nog veel te verbeteren. Gebruikerstesten leggen genadeloos de gebreken van sites bloot en daarmee ook je eigen misvattingen. Dat is niet altijd even “leuk” om te horen, maar daar gaat het niet om. Het belangrijkste is dat wij applicaties ontwikkelen waarmee onze webbezoekers uit de voeten kunnen. En wat ligt er dan meer voor de hand dan ze actief bij de ontwikkeling te betrekken? Gebruik de gebruikers dus…in het belang van de gebruikers!

Door: Edwin Klijn (Teamleider Diensten bij het NIOD)

dinsdag 1 mei 2012

Dynamiek van het herdenken

Het lijkt zo vanzelfsprekend: op 4 mei herdenk je alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en andere oorlogen. Dit is echter niet altijd zo geweest. Ilse Raaijmakers (Universiteit Maastricht) doet promotie-onderzoek naar wat zij noemt 'de dynamiek van de herdenkingscultuur'.

Ilse was vandaag op het NIOD (als Limburger 'naar het hol van de leeuw' zoals ze zelf zei) voor onze maandelijkse lunchlezing (intern). Haar onderzoek concentreert zich op de herdenkingsactiviteiten op 4 en 5 mei en de discussies die daarover gevoerd werden. Betrokken actoren spelen daarin een belangrijke rol: wie of wat, op welke manier en door wie wordt er herdacht op 4 en 5 mei? Hoe en waarom veranderde dit naar verloop van tijd? Politieke aspecten staan daarbij centraal, hoewel de sociaal-culturele context zeker niet vergeten wordt.

Het proefschrift zal worden opgebouwd rondom vijf jaartallen:
- 1955: eerste tien jaar na WOII
- 1961: uitbreiding herdenking naar Indië- en Korea-veteranen
- 1975: voor het eerst in het teken van oorlogservaringen van specifieke groepen, toenemende aandacht voor de Jodenvervolging
- 1987: politiek besluit om het Nationaal Comité 4 en 5 mei op te richten
- 1995: topherdenkingsjaar, discussie over herdenking met Duitsers, Beatrix' speech in de Knesset

Verzetsstrijders en militairen

De eerste hoofdstukken over 1955 en 1961 zijn min of meer gereed en daar kon Ilse over vertellen. Voor mij veel nieuwe dingen. Herdenken op 4 mei was een actie vanuit het voormalige verzet; de overheid had daar in eerste instantie geen deel aan. De Tweede Wereldoorlog werd gezien als vrijheidsstrijd en herdenken als opdracht.

Het Veteranen Legioen Nederland (opgericht in 1952) vroeg aandacht voor de 'vergeten doden', gevallen tijdens de Politionele Acties in Indonesië. Vanaf 1952 was er een aparte herdenking voor deze militairen op 27 december. De regering nam hier niet aan deel maar individuele parlementsleden wel. In 1959 en 1960 vond er, naar idee van Drees, een aparte herdenking plaats voor de militaire gevallenen op 10 mei; 27 december kwam hiermee te vervallen. Omdat 10 mei dicht op 4 mei was en dit lastig was voor de diverse agenda's, is besloten de herdenkingen te concentreren op 4 mei. Heel pragmatisch.

Helden-concurrentie

Volgens  Ilse was er sprake van 'helden-concurrentie' op de Dam. Een botsing van twee herinneringen: die van de Tweede Wereldoorlog en van de koloniale oorlog in Indonesië. De theorie van Michael Rothberg in zijn boek Multidirectional Memory. Remembering the Holocaust in the Age of Decolonization spreekt haar hierbij aan. De Indische veteranen konden uit de schaduw treden door gebruik te maken van of aan te sluiten bij de hele 4 mei infrastructuur. Het botste niet maar het werkte op elkaar in.

Vragen en bronnen

Na Ilse's lezing kwamen er veel vragen van NIOD-medewerkers: de rol van de Koude Oorlog, buitenlandse voorbeelden en conflicten op de herdenking in Nederland ; wanneer de omslag naar slachtoffers ; waren er niet twee 'circuits': nationale dodenherdenking vs. eigen joodse herdenking vanaf 1961 rondom Hollandse Schouwburg ; welke rol speelden denkbeelden als 'onze jongens in Indonesië als SS-ers'.

Over haar bronnen wist Ilse nog te melden dat ze begonnen was in het knipselarchief van het NIOD. Uit het archief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei krijgt ze geen originele stukken te zien maar moet ze af gaan op een inventaris waarin ook stukken (overgetikt) zijn opgenomen. Curieus. Het was weer een boeiend uur!