Over de bibliotheek van en werken bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies

Publicaties zoeken

vrijdag 3 mei 2013

De kunst van het fotoalbum maken

Zojuist heeft Kees van Kooten het fotoalbum over de Tweede Wereldoorlog van zijn vader overgedragen aan het NIOD. De laatste zin van het door Van Kooten geschreven boekenweekgeschenk is werkelijkheid geworden.

Het was een leuke bijeenkomst. Van Kooten vermeldde dat in de volgende Nederland leest actie van de openbare bibliotheken in november Erik of het klein insektenboek (1972) van Godfried Bomans gelezen gaat worden. Vervolgens las hij een satire voor over de oorlog en Erik Hazelhoff.. eh noot.. uit het boek Kopstukken (1947) van Bomans. En voorlezen kan hij; al was de tekst natuurlijk ook vrij briljant.

Vervolgens werd de 'kunst van het fotoalbum maken' getoond aan de hand van het album van zijn vader. Van Kooten las een stukje van zijn vader voor over het afzwaaien van de militairen na de vijf dagen oorlog in mei 1940. Dat dat zo makkelijk ging, alsof je elkaar nauwelijks kende terwijl je toch intensief met elkaar opgetrokken was. Alleen de getrouwde jongens mochten meteen naar huis. Volgens Van Kooten was dit de mooiste periode uit zijn vaders leven.

Van Kooten in het verzet

 

Vervolgens vertelde Van Kooten over zijn eigen 'grote rol in het verzet'. Geboren op 10 augustus 1941 kwam bij zijn geboorteaankondiging in de Haagsche Courant van 12 augusutus 1941 te staan: '[...] Kees. Dat het een echte Hollandsche jongen zal worden hopen B. en A. van Kooten [...].' Uit het hele land kregen zijn ouders felicitatiekaartjes van 'sympathieke landgenoten'. Maar het Volk en Vaderland, het weekblad van de NSB, dacht er het zijne van. Toevallig stond de geboorteadvertentie boven een geboorteadvertentie van een kind met negen namen, te beginnen met Bernhard. Men beschuldigde de ouders van die advertentie van 'eerroof op hun onschuldige kind' en spraken de hoop uit dat de advertentie van Kees was om dat weer goed te maken 'jegens ons Volk'.

Verder kwam de film 'Rammelende schuifdeuren' (1981) langs over de kleuterherinneringen aan de Tweede Wereldoorlog van Kees van Kooten en Wim de Bie met onderduikertje spelen ('boterhammen mee') in de kruipruimte boven de schuifdeur. Verder het speldje dat zijn vader zo hardnekkig op zijn pakken droeg. Hier zie je de inspiratie voor typetjes mooi terug.

Wat Van Kooten het NIOD ook nog schonk was het boekje Van Koken en Stoken. Reeds aanwezig in de NIOD bibliotheek maar niet als door Kees van Kooten ingekleurd exemplaar :-).

De bijeenkomst eindigde met de daadwerkelijke overhandiging van het album aan NIOD directeur Marjan Schwegman die beloofde er goed voor te zorgen en Van Kooten bedankte voor de mooie beelden van hierboven. Marjan Schwegman overhandigde Kees van Kooten vervolgens het boek over NSB-er Tobie Goedewaagen, na de oorlog de fantatische leraar oude talen van Van Kooten. Als laatste anekdote vertelde Van Kooten nog dat Goedewaagen altijd heel dicht langs de muren liep; bang om te worden herkend als die foute Goedewaagen.

Heel wat beelden rijker, togen de aanwezigen aan de borrel en de nootjes.

donderdag 2 mei 2013

Open Fascism?

Vorige week donderdag 25 april 2013 vond de First Lecture on Fascism plaats. De lezing werd gegeven door de Britse historicus Nigel Copsey en was getiteld: ‘Fascism… but with an open mind.’ Reflections on the Contemporary Far Right in (Western) Europe.

Als editors van het open access tijdschrift Fascism. Journal of Comparative Fascist Studies hebben we samen met uitgeverij Brill en onze communicatie medewerkers de lezing georganiseerd 'to mark the first issue of a volume and to involve the scholarly and general public'. Dit gaan we om het jaar doen.


Kan dat? 'Open mind' en fascisme?

 

De term 'open mind' (in de vertaling in NRC Handelsblad van 26 april 2013  'open geest' maar misschien dekt 'open blik' de lading beter) kwam van een student die zich 'fascist but one with an open mind' noemde. Dat intrigreerde Copsey. In zijn lezing stelde Copsey maar meteen de vraag die de titel opriep: 'How can fascism, a demonized ideology, a by-word for genocide driven by fanaticism, possess anything approaching an open-mind?'

Zoals ik het antwoord na het horen van de lezing interpreteer: fascisme is niet hetzelfde als tijdens het interbellum, net zoals andere ideologieën van toen nu ook heel anders zijn. (Neo-)fascisten hebben zich, gedwongen door de naoorlogse marginale positie, moeten aanpassen. Men stond als het ware open voor nieuwe ideeën en ontwikkelde nieuwe tactische 'frameworks'.

Fascisme herkennen


Ander interessants uit de lezing was onder andere dat het Copsey niet gaat om het als fascistisch bestempelen van hedendaagse extreem rechtse bewegingen; hij vindt het zinvoller de fascistische elementen van deze bewegingen te herkennen. Boeiend vond ik ook de beschreven tegenstelling tussen politicologen en historici bij het bestuderen van (neo-)fascism. Politicologen zien extreem rechts als nieuw fenomeen; historici herkennen in extreem rechts (delen van) de fascistische ideologie.

Reacties


De zaal bij De Balie zat nagenoeg vol en er waren, vond ik, opvallend veel jonge mensen. De reacties op de lezing varieerden van 'veel te academisch' tot 'goeie lezing zeg!'. Ik kan het met allebei eens zijn. Je moest inderdaad wel goed blijven opletten, maar dan had je mooie food for thought.

Oordeel zelf: de lezing is online beschikbaar in het eerste nummer van volume 2 van Fascism. Journal of Comparative Fascist Studies. Een ingekorte Nederlandse versie staat in NRC Handelsblad van 26 april 2013.

Leuk was trouwens de uitspraak van het woord fascism in het Engels. Britten zoals Nigel Copsey spreken het prachtig met een korte a uit -  fàscism; terwijl ik het gewend was op zijn Amerikaans: fèscism.

Open access tijdschrift zijn

 

Na de lezing was er een borrel en daarna hadden we een redactievergadering met enkele leden van de Board of Editors en Brill. Goed gebrainstormd over de toekomst van het tijdschrift.

Andreas Umland, Anton Shekhovtsov, Nigel Copsey, Roger Griffin, Marjo Bakker, Madelon de Keizer.

Als nieuw tijdschrift moeten we nog behoorlijk aan de weg timmeren. Nog niet iedereen kent het tijdschrift en we zijn nog niet 'gerenommeerd' genoeg (al hebben we een Board of Editors met grote namen). Auteurs publiceren hun artikelen over fascisme daarom ook nog in andere historische tijdschriften (bijvoorbeeld Journal of Contemporary History).

Bovendien is het feit dat we een open access tijdschrift zijn, met een door de auteur te betalen Article Processing Charge (APC), in een tijd waarin toll access en open access tijdschriften naast elkaar bestaan, nog niet altijd in ons voordeel. Zolang auteurs nog de keuze hebben om 'gratis' in een gerenommeerd tijdschrift (of in een OA tijdschrijft zonder APC) te publiceren, zullen ze dat doen. Voorlopig althans, want de ontwikkelingen gaan naar verplicht open access publiceren.

Wij hebben onze hoop op de tijd gezet: over een aantal jaar zijn we wel gerenommeerd en wil iedereen (al dan niet gestimuleerd door de subsidiegevers) open access publiceren. En dan is Fascism hèt platform :-).

Want zeg nou zelf, dit is toch wat je als wetenschapper, zowel aan de schrijvende kant als aan de lezende kant, wilt: vrije toegang tot wetenschappelijke literatuur, veel mensen die je artikel lezen en behoud van je auteursrechten op je werk (ipv dat je het overdraagt aan de uitgever).

Maar goed, dit is eigenlijk stof voor weer een hele nieuwe blogpost.

vrijdag 29 maart 2013

Het einde van de catalogus als zoekmachine?

Alweer twee maanden geleden bezocht ik de zgn. kennisdeelmiddag van de bibliotheekcollega's van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam over de toekomst van de catalogus en het gebruik van discovery tools (DT). Het was een zeer geanimeerde bijeenkomst over een 'echt' bibliotheekonderwerp. Omdat het onderwerp inspireerde voor een zgn. track op het komende jaarcongres van de NVB c.q. KNVI op 14 november, waag ik me alsnog aan een impressie van deze interessante middag. Een verslag van de bijeenkomst vind je ook op het weblog UBA-e.

UB Utrecht: bibliotheek zonder catalogus


Geldt de bibliotheekcatalogus nog als vertrekpunt van een zoekactie? De UB Utrecht is deze vraag voorbij, vertelde spreker Menno Rasch. Studenten beginnen hun zoekactiviteiten allang niet meer in de bibliotheekcatalogus of Omega (de door de UB Utrecht ontwikkelde zoekmachine voor digitale publicaties) maar kiezen voor Google Scholar of Scopus. De bibliotheek is bovendien steeds minder de leverancier van metadata; Amazon en Google Books kunnen dat ook.

De Utrechtse collega's kwamen tot de conclusie dat bibliotheken hun rol in de discovery verliezen en zich moeten richten op de delivery (het direct kunnen inzien/lezen van een publicatie). Om de daad bij het woord te voegen: in september 2013 wordt de bibliotheekcatalogus als zoekmachine uit de lucht gehaald (voor de delivery blijft de catalogus/bibliotheeksysteem op de achtergrond meedraaien), Omega wordt uitgefaseerd en er wordt niet geïnvesteerd in een DT. Men gaat zich op de delivery richten door bijvoorbeeld de SFX te fine tunen. Bovendien zal het leveren van metadata alleen nog voor de eigen spullen (bijzondere collecties, dissertaties en publicaties in de repository) gebeuren. Revolutionaire maatregelen.

Hoe zoek je dan zonder catalogus?


Het alternatief voor de catalogus of discovery tool ligt besloten in de Utrechtse stelling dat één zoekmachine voor 'alles' een illusie is. Eén zoekmachine is niet goed genoeg voor alle specifieke materiaalsoorten. Vind je boeken in Worldcat, bij Amazon of Google Books; kaarten en oude drukken zitten soms opgesloten in bibliotheeksystemen, en digitale artikelen vind je overal.

De UB Utrecht gaat per discipline of soort vraag een zoekadvies geven die vervolgens prominent op de website geplaatst wordt. De UB probeert zo aan te sluiten bij wat de gebruiker al doet en geeft aan hoe je daar beter in wordt. De UB blijft/wordt zo een betrouwbaar punt bij het zoeken naar informatie.

Maar.....


De 'maars'  hebben de Utrechtenaren ook onderzocht:

Maar: willen gebruikers dan geen geïntegreerde zoekmachine?
Antwoord: de eerste en tweede jaars wel maar de rest niet

Maar: met een eigen systeem heb je toch veel meer grip en meer mogelijkheden?
Antwoord: dat geldt alleen voor eigen ontwikkelde systemen. Voor DT's heb je niet zo veel te willen

Maar: men wil toch zoeken binnen de eigen collectie?
Antwoord: dat willen vooral de beginnende studenten

Maar: zo word je toch afhankelijk van commerciële partijen als Google?
Antwoord: er is altijd een zekere afhankelijkheid van leveranciers

Maar: de zichtbaarheid van de bibliotheek wordt zo toch kleiner?
Antwoord: klopt. Accepteren en nieuwe rol pakken

Nieuwe rol universiteitsbibliotheek


De UB Utrecht ervaart de beschreven ontwikkelingen als belangrijke beleidswijziging op zoek naar een nieuw verhaal over de rol van de universiteitsbibliotheek in de wetenschappelijke informatievoorziening. In die nieuwe rol is ruim plaats voor het bieden van studiefaciliteiten, het geven van instructies en begeleiden van wetenschappers bij hun scholarly communication of output (onderzoeksdata, open access, repositories).

Ik ben heel benieuwd naar hun ervaringen en naar hoe de begeleiding bij het zoeken er op de site uit gaat zien! Op het komende NVB-congres zullen we worden bijgepraat. Zet 14 november alvast in je agenda!

Tegenwicht


Na dit spannende begin van de middag boden Renze Brandsma en Bert Zeeman in hun presentaties tegenwicht en nuances. Renze Brandsma had voor de gelegenheid een duik genomen in de literatuur over de wording en de toekomst van discovery tools. Hij bracht de volgende zaken ter sprake:
  • DT's zijn er niet alleen voor discovery maar ook voor delivery;
  • studenten hebben weinig kennis van de specifieke databanken en hebben baat bij een DT;
  • Google Scholar zou een alternatief kunnen zijn maar de geesteswetenschappen zijn daarin minder goed vertegenwoordigd dan de beta, je hebt geen inzicht in de bronnen en je bent afhankelijk van Google (er zijn geen gebruikersgroepen, je hebt geen invloed, etc.)
  • de toekomst ligt in wereldwijde medata indexen in de Linked Open Data cloud, personalisatie (dwz van te voren aangeven vanuit welke discipline je komt. Sluit aan bij Utrechtse plannen), de integratie van publicaties en onderzoeksdata, identifiers, en de Open Discovery Initiative

In defence of the catalogue


Bert Zeeman vroeg zich af of we echt zonder catalogus of discovery tool kunnen. Hij hield ons na de pauze goed bij de les door te kijken naar hoe de hoogst genoteerde universiteiten in de VS (Harvard, Stratford, Berkely, MIT) omgaan met hun bibliotheekcatalogus. Op de websites van deze instellingen was de bibliotheekcatalogus telkens prominent aanwezig.

Nog wel... Want hoewel Bert Zeeman denkt dat we nog niet zonder catalogus/bibliotheeksysteem kunnen (inventaris eigen bezit, voor acquistie, uitleen (zolang het gedrukte boek nog van belang is, en dat is het nog) en zoeken) verwacht hij wel dat dat over tien jaar anders is.

Discussie


Je kunt je misschien wel voorstellen dat de discussie na afloop bijzonder levendig was. Van het verschil tussen een hogeschool bibliotheek en een universiteitsbibliotheek naar of het de taak van de bibliotheek is om studenten meer aan te bieden dan ze kennen (via de DT) of dat in Amsterdam ook de discovery tool de lucht uit kan. Interessant!


Verder lezen:

dinsdag 19 maart 2013

Collega spotten in het boekenweekgeschenk


Er is al veel geschreven over het boekenweekgeschenk De verrekijker van Kees van Kooten. De briljante ontknoping is gelukkig nergens verklapt en dat zal ik hier ook niet doen. Ik gooi het over een andere boeg.

Wat er namelijk zo leuk aan het boekenweekgeschenk is, is dat mijn collega Gertjan er in voor komt. En daar zijn wij stiekem best een beetje trots op. Ik ben dus even aan het collega, en NIOD, spotten gegaan.


Pagina 22:
"In het NIOD wordt ik hartelijk ontvangen en begripvol te woord gestaan door de heer Gertjan Dikken, Informatie- en Collectiespecialist van de afdeling Acquisitie. Ik heb het album van mijn vader meegenomen. De heer Dikken is hier bijzonder van gecharmeerd. 'Schitterend!' verzucht hij. 'Kijk daar zoeken wij nu naar! Van deze persoonlijke verslagen en getuigenissen. Prachtig, prachtig, werkelijk waar!' Ik trots. Overweeg het boekwerk ter plekke aan het NIOD te schenken. Dat ruimt lekker op. Maar ik houd mij in, want ik weet niet zeker of mijn vader dit wel wil. Ook de brief van kapitein R.A. van Holthoorn wekt de belangstelling van de heer Dikken. Hij begrijpt mijn onbehaaglijke gevoelens, maakt een kopietje en belooft dat hij nadere informatie over het verloop van deze petite histoire de guerre zal trachten te achterhalen."

Pagina 56:
"Drie weken na mijn bezoek aan het NIOD krijg ik een mailtje van de heer Gertjan Dikken: Ten aanzien van de schadevergoeding inzake de veldkijker zoals in uw bezit het volgende [...]"

Pagina 45: de overwegingen om een persoonlijk archiefstuk al of niet over te dragen aan een archiefinstelling:
"Ik kan dit schitterende museumstuk onmogelijk weggooien. Dan toch maar aan het NIOD schenken? Terwijl ergens in Nederland wellicht nog altijd een leeftijdgenoot van mij rondloopt die zijn eigen overleden vader op een van deze foto's herkent en zich maar al te graag, slikkend van ontroering, over dit document zou ontfermen?"

Pagina 95, laatste zin van het boek, en fictie:
"Wanneer ik de volgende morgen het Album plechtig heb overhandigd aan de conservator van het NIOD, voelt het alsof ik mijn kind voor de eerste dag naar de lagere school heb gebracht."

maandag 18 maart 2013

Europeana Cloud: Europeana voor wetenschappers


Mijn collega Petra Links hield zich afgelopen twee weken o.a. bezig met Europeana voor wetenschappelijk onderzoek. Interessant! Lees hier haar bevindingen.

Op 4 maart werd in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag een nieuw Europeana project gelanceerd: Europeana Cloud: Unlocking Europe’s Research via The Cloud. In de komende drie jaar zullen 33 organisaties samenwerken om de content in Europeana bruikbaarder te maken voor wetenschappelijke onderzoek binnen de sociale- en de geesteswetenschappen. Dit zal onder andere gebeuren door nieuwe content en metadata toe te voegen aan Europeana en een nieuw platform op te zetten: Europeana Research. Dit platform, gebaseerd op Cloud technologie, zal nieuwe tools en services aanbieden aan de onderzoekers om de content te benaderen gebruiken. Een brede doelstelling, waaruit veel ambitie spreekt.

Gebruikerswensen van wetenschappers

 

In dit grote project speelt ook het NIOD een rol en dan met name waar het het formuleren van de gebruikersbehoeften betreft: wat voor een soort gebruikers kan Europeana Cloud verwachten als het de deuren opent voor deze brede wetenschappelijke doelgroep? Welke wensen hebben deze gebruikers? Waar moet het nieuwe platform aan voldoen? En hoe houdt dit verband met de content die Europeana op dit moment bevat? Het deelproject binnen Europeana Cloud dat hierop antwoorden zal formuleren staat onder leiding van het Athena Research and Innovation Center. Naast het NIOD participeren hierin nog negen andere instellingen.

 

Voorproefje: historici en Europeana

 

Hoe relevant deze vragen naar de gebruikersbehoeften zijn en hoe belangrijk het is om een platform te ontwikkelen om de inhoud in Europeana bruikbaarder te maken voor wetenschappelijk onderzoek, bleek toen ik vrijdag 15 maart een bijeenkomst bijwoonde die plaatsvond in het kader van een cursus digitale geschiedenis. Twee onderzoekers van het NIOD en het Huygens ING, Hinke Piersma en Gerben Zaagsma, verzorgen deze cursus voor onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de mogelijkheden van digitale bronnen en methoden voor hun onderzoek.

Deze vrijdag ging het over Europeana. Ter voorbereiding hadden alle deelnemers uitgebreid Europeana bekeken op relevantie voor hun eigen onderzoek. Het leverde een breed palet op aan observaties. Sommigen waren positief: ‘Ik vergaapte me aan de eindeloze hoeveelheid afbeeldingen' en ‘Als het gaat om bronnenkritiek is er voor de historicus weinig bezwaar om gebruik te maken van Europeana’. Terwijl andere kritischer waren: ‘Vanwege de grootschalige voorraad ontstaat wel enigszins de indruk dat overdaad schaadt’. Bovendien was er veel kritiek op de zoekfunctie en de onoverzichtelijke navigatie. Maar misschien nog wel de belangrijkste terugkerende vragen waren: wat is de scope van de dataset van Europeana? Op basis van welke selectiecriteria is deze tot stand gekomen? Kortom: waar zoek ik eigenlijk in en wat maakt dat ik vind wat ik vind?

Door: Petra Links